José van Det

Het klinkt misschien dramatisch als ik zeg dat mijn leven pas begon toen ik de kraamzorg in ging, maar het was wel zo.

Toen ik na de huishoudschool (godzijdank bestaan deze niet meer want naast koken, wassen, strijken en de rest van de huishoudelijke dingen bleef er wel weinig tijd over voor de belangrijkste lessen. Dus mocht ik een keer een d, t of dt verkeerd zetten, vergeef mij) de kraamzorg in wilde, lukte dat niet. In die tijd, begin jaren tachtig, wilde elk meisje dat. Het werd uiteindelijk de gezinszorg. Maar na anderhalf jaar bleek dat plinten afstoffen en deuren soppen toch niet echt bij mij paste.

Na verschillende omzwervingen kwam ik uiteindelijk terecht in het postagentschap wereldje. Dit heb ik tien jaar gedaan totdat ze allemaal opgedoekt werden (en vijf jaar later weer terug kwamen). Ik kwam terecht bij een bedrijf, op kantoor waar ik de hele dag boze klanten aan de telefoon kreeg en adressen in de computer in moest voeren.

Gelukkig kreeg ik RSI (was tennisarm, toen RSI en wordt nu weer tennisarm genoemd) én werd mijn contract niet verlengd! Ja, ik bedoel GELUKKIG want toen had ik de tijd om te bedenken wat ik wél leuk vond.

Ik besloot de kraamzorg weer te proberen. Het arbeidsbureau wilde mij daar niet mee helpen want: ‘ik had alleen maar mijn huishoudschool diploma’…Dat ik inmiddels de dertig gepasseerd was en in die tijd toch nog wel wat meer kennis vergaard had in het leven, mocht niet baten. Ik besloot zelf bij een kraambureau aan te kloppen en ja hoor, hier mocht ik de opleiding intern gaan doen. Ze hadden er wel de zelfde vraagtekens bij als het arbeidsbureau maar om eerlijk te zijn, ik ging als een speer! De opleiding duurde negen maanden (vond ik wel toevallig) en daarvan hadden we één week school, één week stage en twee weken studietijd. In mijn geval was dat één week school, één week stage, één week studietijd en één week vakantie.

Ik kreeg mijn diploma en mocht zelfstandig aan het werk. Een wereld ging voor mij open. Dit was wat mij gelukkig maakte! Niet wat vaak gedacht wordt, het knuffelen met een baby, maar het zorgen voor mensen. Ze helpen, ze laten genieten, ze hun onzekerheden wegnemen, ze verzorgen…Dit was mijn ding!
Het rare was dan ook dat iedereen in mijn omgeving zei: “Dit beroep is ook echt iets voor jou!” Daar had ik wel heel wat omzwervingen voor nodig gehad.

Schrijven vond ik altijd al leuk, vakantie dagboekjes bij houden. Ook later, toen mijn man en ik verre reizen gingen maken scheef ik daar al hele verslagen over.

Wel met humor, want met humor ben ik opgevoed. Mijn opa was van de grapjes, mijn tante uit ‘s Hertogenbosch had altijd ‘mupkes’ (en van haar heb ik ook de schrijf-genen geërfd) en bij ons thuis werd altijd veel gelachen.

Toen ik een jaar geleden op een Facebook bericht van de pagina ‘Buskruit met Muisjes’ reageerde kreeg ik van hen de vraag of ik een keer een stukje over mijn werk wilde schrijven. Dat leek me leuk en ik schreef mijn eerste column over mijn ervaring met een gezin waarvan.het oudste kindje leukemie had. Na dat stukje kwam de vraag of ik nóg een keer iets wilde schrijven en ditmaal vertelde ik over het gezin met een verstandelijke beperking.

Toen de vraag kwam of ik vaste gastblogger wilde worden dacht ik echt dat ik daar vast niet voldoende verhalen voor had, maar al schrijvende kwamen meer en meer gezinnen en situaties boven drijven..

Afijn, ik ben nu 31 columns verder en nog lang niet uitgeschreven!

En wil je weten waarom ik mijzelf kraamheks noem? Lees mijn columns…